De Tweede Kamer, daar kun je niet op rekenen

De tijd dat alle loonberekeningen met de hand werden gemaakt, ligt ver achter ons. Tegenwoordig voert geavanceerde salarissoftware de loonberekening voor ons uit. Om die software bij een jaarovergang tijdig gebruiksklaar bij hun klanten te krijgen, beginnen softwareontwikkelaars al in november met het bouwen van de software voor het nieuwe jaar. De eerste salarissoftware voor 2016 was al begin december 2015 gereed. Dat lijkt vroeg, maar dat is het niet. Soms moet de software worden geïntegreerd in een eigen IT-omgeving van de werkgever en de eerste verloningen vinden al plaats in de eerste week van januari.

De salarissoftware 2016 is gebaseerd op de tarieven zoals die op Prinsjesdag bekend zijn gemaakt in het Belastingplan 2016. Maar op Prinsjesdag is het Belastingplan nog geen wet. Daarvoor moet het eerst worden aangenomen in de Tweede Kamer en later in de Eerste Kamer. Pas nadat het Belastingplan in de Eerste Kamer is aangenomen, kan het formeel dienen als basis voor de loonberekeningen in 2016. De stemming in de Eerste Kamer vindt echter pas plaats in de tweede helft van december. Dat is nadat de eerste salarissoftware aan de werkgevers is verstrekt.
 
Tweedekamerversie rekenvoorschriften
Om dat probleem op te lossen, verstrekt de Belastingdienst nadat het Belastingplan in de Tweede Kamer is aangenomen, rekenvoorschriften aan de softwareontwikkelaars die gebaseerd zijn op dit door de Tweede Kamer aangenomen voorstel, dat dan dus nog niet door de Eerste Kamer is aangenomen. Softwareontwikkelaars richten hun software waarmee vanaf 1 januari de loonstroken worden gedraaid, vervolgens in op basis van die rekenvoorschriften. De basis voor deze handelwijze ligt in artikel 25, lid 3 van de Wet op de loonbelasting.
 
Het Belastingplan werd dit jaar met een ruime meerderheid aangenomen in de Tweede Kamer. PvdA, VVD en CDA stemden voor. De rekenvoorschriften op basis van het aangenomen wetsvoorstel werden ook verspreid onder de softwareontwikkelaars die daarmee aan de slag gingen om hun software aan te passen voor 2016.
 
Geen hulpsinterklaas
De stemverhoudingen in de Eerste Kamer liggen echter dusdanig anders dan in de Tweede Kamer, dat het kabinet in de Eerste Kamer geen meerderheid heeft zonder de steun van CDA en D66. D66 stemde in de Tweede Kamer tegen het Belastingplan. Alexander Pechtold gaf aan ‘geen hulpsinterklaas te willen zijn’. Daarmee was ook meteen duidelijk dat het Belastingplan in ongewijzigde vorm niet door de Eerste Kamer zou komen.
 
Wel Zwarte Piet?
Uiteindelijk voorkwam D66 dat het de Zwarte Piet kreeg toegeschoven voor het niet doorgaan van het Belastingplan met een lastenverlichting voor de burger van 5 miljard. PvdA, VVD, CDA en D66 vonden elkaar in een compromis. Het Belastingplan werd, nadat het in de Tweede Kamer was aangenomen, alsnog gewijzigd. De Tweede Kamer stemde met die wijziging in op 16 december. De meeste softwareontwikkelaars konden op dat moment echter niet meer hun software aan het gewijzigde Belastingplan aanpassen. Daarom is besloten de rekenvoorschriften pas met ingang van april 2016 aan het gewijzigde Belastingplan aan te passen.
 
Foute loonstroken in januari, februari en maart
De salarissoftware waarmee vanaf januari 2016 loonstroken worden gedraaid, bevat dus de rekenregels die zijn gebaseerd op een Belastingplan waarin geen rekening is gehouden met de latere wijzigingen. Het gevolg hiervan is dat werknemers per maand maximaal € 7,50 te veel nettoloon krijgen. Dat verschil ontstaat in de tweede en derde tariefschijf.
 
Nieuwe rekenregels
Uiteindelijk zullen er begin 2016 rekenregels komen die zijn gebaseerd op het Belastingplan dat door de Eerste Kamer is aangenomen. Die rekenregels moeten door de salarissoftware worden toegepast vanaf 1 april 2016. In de resterende 9 maanden zal per werknemer dan maximaal € 10 minder nettoloon worden uitbetaald dan in de maanden januari tot en met maart.
 
Die € 10 is als volgt berekend: € 7,50 per maand × 12 maanden per jaar/9 maanden die nog resteren. Met andere woorden: in de maanden januari tot en met maart van 2016 wordt er maximaal € 7,50 per maand te weinig loonheffing ingehouden; vanaf april tot en met december 2016 wordt er maximaal 2,50 te veel aan loonheffing ingehouden. Als een werknemer het hele jaar in dienst is tegen een min of meer gelijkblijvend loon, wordt op jaarbasis het juiste bedrag geheven.
 
Aanslag inkomstenbelasting
Als een werknemer in de loop van 2016 voor het eerst loon geniet, of in de loop van 2016 stopt met het genieten van loon, dan wordt er te veel of te weinig loonheffing ingehouden en zal er mogelijk een aanslag inkomstenbelasting volgen om het verschil af te rekenen. Datzelfde kan gebeuren als een werknemer in de loop van 2016 veel meer of veel minder gaat verdienen.
 
Conclusie
Als de Eerste Kamer een afwijkend stemgedrag vertoont ten opzichte van de Tweede Kamer, is het riskant om de salarissoftware in te richten op basis van het Belastingplan dat door de Tweede Kamer is aangenomen. Wachten op de stemming in de Eerste Kamer is echter geen optie, omdat die plaatsvindt op een tijdstip dat de software al aan de werkgever moet zijn uitgeleverd.
 
Sander Verbeke is docent Praktijkdiploma Loonadministratie en auteur studieboeken PDL

Contact met MVP

Heb je vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar

035 - 5 280 811
06 - 82346819

Ma t/m Vr: 08.30 - 17.00 uur