Bekijk:
Thema's

Toch eerder stoppen met werken?

In het pensioenakkoord van begin juni 2019 is afgesproken bepaalde groepen werkenden te faciliteren in de wens om eerder te stoppen met werken. Het betreft onder meer de tijdelijke facilitering van de mogelijkheid om in sectoren en ondernemingen uittredingsregelingen te financieren. Hiermee krijgen werknemers in nader te definiëren zware beroepen de mogelijkheid om maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen met werken. Dit wordt gedaan door een versoepeling van de pseudo-eindheffing op regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-heffing ex art. 32ba Wet op de loonbelasting 1964) voor de periode 2021-2025. De beoogde vrijstelling wordt jaarlijks bijgesteld aan de hand van wijzigingen in de hoogte van de AOW-uitkering. Zo blijft de hoogte van de vrijstelling gekoppeld aan de netto-AOW van dat betreffende jaar.
 

Vrijstelling van RVU-heffing

De voorgestelde vrijstelling van de RVU-heffing geldt voor een periode van 5 jaar, van 2021 tot en met 2025. Werkgevers kunnen dan tot een nader in de wet bepaald bedrag een van RVU-heffing vrijgestelde uitkering, bijdrage of premie toekennen aan werknemers. Het uitgangspunt is dat zowel de werkgever als de werknemer hier financieel aan bijdraagt. De werknemer door zijn pensioen naar voren te halen (vervroegd pensioen) en de werkgever door maximaal het AOW-niveau te overbruggen.
 

Wetsvoorstel

Inmiddels is dit voornemen vastgelegd in een wetsvoorstel getiteld ‘Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen’. Dit wetsvoorstel is op 3 september jl. bij de Tweede Kamer ingediend en biedt werkgevers de mogelijkheid om oudere werknemers een ‘zachte landing’ te geven. Het wetsvoorstel biedt de werknemer als eerste de mogelijkheid op de pensioeningangsdatum 10% van het pensioenvermogen als bedrag ineens op te nemen. Dit onderdeel van de wet zou op 1 januari 2022 moeten ingaan. Ten tweede kunnen werkgevers met hun werknemers die 3 jaar voor hun AOW zitten, afspraken maken over eerder stoppen met werken. Werkgevers kunnen dan een vergoeding betalen zónder risico op de RVU-heffing van 52%. De vrijstelling van de RVU-heffing gaat gelden tot een bedrag van in totaal € 63.000 over 3 jaar. De bedoeling is dat deze wijziging al in 2021 ingaat.

De RVU-heffing komt in beeld als aan oudere werknemers een ontslagregeling wordt aangeboden die hen de mogelijkheid biedt vervroegd uit te treden. De op dit moment aan de werkgever opgelegde RVU-heffing bedraagt 52%. Hier moet dus verandering in komen.

Ten derde kunnen werknemers straks 100 in plaats van 50 weken fiscaal gefaciliteerd vakantie- en compensatieverlof opsparen, als de werkgever dit mogelijk maakt. Dit opgespaarde verlof kan worden gebruikt voor vervroegde pensionering, maar ook voor bijvoorbeeld zorg- of sabbaticalverlof. De beoogde inwerkingtredingsdatum is hier ook 2021.
 

Wederzijdse goedkeuring

Deze tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing is gericht op werknemers die overvallen zijn door de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd en die niet in staat zijn gezond de AOW-leeftijd te bereiken. De versoepeling biedt hen de mogelijkheid vervroegd uit te treden. Het uitgangspunt bij de afspraken omtrent vervroegde uittreding is wederzijdse goedkeuring. Hoewel de versoepeling van de RVU-heffing geldt voor alle vertrekvergoedingen, is het uitgangspunt dat sprake is van wederzijdse vrijwilligheid van zowel werkgever als werknemer.
 

Afspraken op cao-niveau

Op cao-niveau kunnen hier dus afspraken over worden gemaakt. Dit geldt dus ook als een sociaal plan dat met de vakbonden is afgesloten, wordt aangemeld als cao. Inmiddels zijn al in diverse cao’s afspraken gemaakt over het aanmerken van beroepen als ‘zwaar beroep’, waardoor medewerkers eerder fiscaal gefaciliteerd kunnen stoppen met werken. Denk hierbij aan werk bij tankstations, autowasbedrijven en vleesverwerkers.

Monique van de GraafMonique van de Graaf

Arbeidsjurist en sociaal-verzekeringsexpert bij Van de Graaf Juridisch Advies en docent bij Markus Verbeek Praehep