Omdat niet alles is wat het lijkt

Inkomstenbelasting, en dus ook loonbelasting, wordt geheven naar draagkracht. Dat komt tot uitdrukking in het progressieve schijventarief. Het progressieve schijventarief is gebaseerd op het uitgangspunt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Hoe sterk de sterkste schouders moeten zijn en in welke mate de zwakke schouders ontzien mogen worden, is een vraag die de politiek steeds weer ernstig verdeelt. De linkse politiek heeft een achterban die van haar verlangt dat de zwakke schouders meer worden ontzien en de sterke schouders zwaarder worden belast, terwijl de rechtse politiek een achterban heeft die juist het tegenovergestelde vraagt.

Afbouw heffingskortingen
In Den Haag wist men links en rechts bij elkaar te brengen door niet te sleutelen aan het schijventarief, maar door voor de hogere inkomens de heffingskorting af te bouwen. Voor de sterkste schouders blijft het hoogste tarief daardoor 52 procent, maar in de krochten van de loonberekening zorgt de inkomensafhankelijke heffingskorting ervoor dat de sterkere schouders toch worden geconfronteerd met een hogere belastingheffing. Links tevreden omdat de zwakste schouders worden ontzien. Rechts waarschijnlijk ook tevreden, omdat het maximale tarief van 52 procent niet is verhoogd.

Aanslag inkomstenbelasting 2014
Door de introductie van inkomensafhankelijke heffingskortingen krijgen we te maken met een loonberekening die steeds onoverzichtelijker wordt. Ook kwamen dit jaar veel werknemers onverwacht in aanmerking voor een aanslag inkomstenbelasting over 2014. Die aanslagen waren een gevolg van het feit dat in de tabel bijzondere beloningen geen rekening werd gehouden met de afbouw van de heffingskorting.

Het bedrag van de inkomensafhankelijke heffingskorting werd in de loonheffing afgestemd op de hoogte van het tijdvakloon, zonder rekening te houden met bijzondere beloningen. In de inkomstenbelasting wordt de heffingskorting berekend over het totale loon (dus tijdvakloon + bijzonder loon). Het gevolg is dan al snel dat in de loonheffing een hogere heffingskorting is toegekend, dan waar in de inkomstenbelasting recht op bestaat. Voor het verschil volgt een aanslag inkomstenbelasting.

De politiek vond het onverkoopbaar dat werknemers op deze manier werden overvallen door een aanslag inkomstenbelasting en nam het op voor de burger. De politiek was kennelijk even vergeten dat de gewraakte aanslagen een gevolg waren van haar eigen keuze om de tariefsverhoging ’te verstoppen’ in de heffingskorting, om op die manier een zo groot mogelijke achterban tevreden te houden.

Dan toch maar van 52 naar 56 procent?
Om te voorkomen dat in 2016 eenzelfde golf aan aanslagen over 2015 volgt, is de tabel bijzondere beloningen voor 2015 aangepast. Naast een percentage aan loonheffing volgens het schijventarief geeft die tabel vanaf 2015 een verrekeningspercentage loonheffingskorting. Het tarief volgens de tabel bijzondere beloningen is dan gelijk aan het totaal van die twee percentages.

Op die manier wordt in de tabel bijzondere beloningen rekening gehouden met de verlaging van de inkomensafhankelijke heffingskorting als gevolg van bijvoorbeeld een bonus. Bij een jaarloon van bijvoorbeeld € 80.000,- geeft de witte tabel voor bijzondere beloningen in 2015 een tarief aan loonheffing van 52 procent en een verrekeningspercentage loonheffingskorting van 4 procent. Samen 56 procent, maar dat staat er natuurlijk niet, want de inkomensafhankelijke heffingskorting is juist geïntroduceerd om te voorkomen dat we een maximaal schijventarief nodig hebben dat hoger is dan 52 procent.

De voordeelregel kent nu ook zijn nadeel
Door het verrekeningspercentage op te nemen in de tabel bijzondere beloningen, zal het nu regelmatig voorkomen dat toepassing van de tijdvaktabel over de bijzondere beloning leidt tot een lager bedrag aan loonheffing. De werkgever mag daar dan voor kiezen door de voordeelregel toe te passen. Als hij dat doet, wordt de afbouw van de loonheffingskorting onvoldoende toegepast, met als gevolg toch een aanslag inkomstenbelasting in 2016 over 2015. Om dat in latere jaren te voorkomen is op Prinsjesdag voorgesteld de voordeelregel met ingang van 2016 af te schaffen.

Administratieve lasten
Tot de introductie van de inkomensafhankelijke heffingskortingen kwam de in te houden loonheffing doorgaans redelijk overeen met de te heffen inkomstenbelasting en de heffing verliep redelijk overzichtelijk. Wie alleen loon genoot kwam slechts in bijzondere situaties in aanmerking voor een aanslag inkomstenbelasting. Het is toch eeuwig zonde dat een dergelijk goed werkend systeem om zeep is geholpen om maar niet al te duidelijk te hoeven zeggen dat de sterkste schouders nog wat meer moeten tillen. Ondertussen mag de loonadministrateur aan de werknemer uitleggen waarom hij ineens een aanslag inkomstenbelasting krijgt en wat nou toch een verrekeningspercentage loonheffingskorting is. Een niet eenvoudige taak bovenop de al bestaande administratieve lasten.

Sander Verbeke is docent Praktijkdiploma Loonadministratie en auteur studieboeken PDL.

Contact met MVP

Heb je vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar

035 - 5 280 811
06 - 82346819

Ma t/m Vr: 08.30 - 17.00 uur